Social learning theory

De social learning theory (modeling, observatieleren of social leren) is een leermethode waarin een combinatie wordt gevormd tussen het observeren en imiteren van anderen. Deze theorie gaat ervan uit dat het leren een cognitief proces is dat in een sociale (online) omgeving kan plaatsvinden zoals in een online community. Hierbij kan het leerproces plaatsvinden door observatie en eventueel een directe aansturing. Er wordt duidelijk weergegeven wat de voordelen zijn als er bepaalde keuzes gemaakt worden en wat de consequenties zijn als adviezen genegeerd worden. Er wordt dus vanuit gegaan dat mensen actieve informatieverwerkers zijn en nadenken over de relatie van hun gedrag met de gevolgen hiervan.

Social learning theory is een theorie van psycholoog Albert Bandura. Hij heeft deze theorie ontwikkeld na het afronden van een studie over de snelle invloed van sociale observatie op het gedrag van de mens. In het (driehoekige) model wordt de wederzijdse invloed tussen een persoon, diens omgeving en het gedrag van deze persoon weergegeven. Hieruit is op te maken dat de cognitieve capaciteiten van een persoon (dus de inzichtelijke vaardigheden zoals het leren, onthouden, onderscheiden en het uitwisselen van kennis), in combinatie met de omstandigheden waarin een persoon zich bevindt, van invloed zijn op het gedrag van een persoon.

Het leerproces vindt volgens de social learning theory dan ook plaats door het observeren en het voordoen. Hierbij is het niet de bedoeling dat deze handelingen exact nagedaan worden, maar een basis vormen voor de vormgeving van het eigen handelen. Door de informatie van de autoriteit op zich te nemen kan een persoon een verwachtingspatroon creëren en hieruit keuzes maken met betrekking tot het eigen gedrag. Een belangrijk element uit de social learning theory is dan ook self-efficacy (zelfinschatting). Deze laatste term geeft de mate weer waarin een leerling inschat dat hij of zij een taak zelf kan uitvoeren. Als dit op een hoog niveau is, zal dit tot uiting komen in hogere leerprestaties en een hoger verwachtingspatroon van de eigen prestaties.

Het model laat vier sub processen zien, die een student doormaakt bij het leren met behulp van observaties:
 Aandacht gerichte processen. Voorkennis en intrinsieke motivatie zijn van invloed op de informatie die een persoon observeert en in zich opneemt.

  • Retentieprocessen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kracht van herhaling in combinatie met visuele en verbale content.
  • Productieprocessen. Dit is de uiteindelijke verwerking van de informatie, al dan niet met behulp van feedback.
  • Motivatie processen. De manier waarop een persoon zich kan motiveren om het geleerde toe te passen in de praktijk en de eigen handelingen kan evalueren.